Duidelijke trend: MBO'ers verdienen straks meer dan HBO'ers
Wie praktisch is opgeleid, staat op dit moment opvallend sterk op de arbeidsmarkt. De vraag naar mbo’ers is groot, het aantal studenten in het mbo loopt terug en de lonen in het mkb stijgen hard. Dat maakt één ding duidelijk: vaklui worden niet minder belangrijk, maar juist schaarser en waardevoller.
Dat beeld zie je terug in de vacaturemarkt. Meer dan de helft van alle openstaande vacatures vraagt om een mbo-diploma. In maart 2026 ging het volgens het CBS om bijna 160.000 vacatures. Ter vergelijking: ongeveer 30 procent van de vacatures vraagt om een hbo-startkwalificatie. In slechts vijf procent van de vacatures wordt specifiek om een universitair diploma gevraagd. Dat komt neer op 15.791 vacatures.
De arbeidsmarkt vraagt dus massaal om mensen die praktisch kunnen werken. Monteurs, chauffeurs, operators, verpleegkundigen, lassers, installateurs, machinisten, bouwvakkers en andere vaklui zijn hard nodig.
Lonen stijgen stevig in het mkb
Tegelijkertijd stijgen de lonen in het Nederlandse mkb flink. In het eerste kwartaal van 2026 verdienden werknemers mediaan 3.612 euro bruto per maand. Dat is 3,2 procent meer dan eind vorig jaar, blijkt uit cijfers van Van Spaendonck.
Daarmee stegen de lonen sneller dan het minimumloon. Dat nam met 2,6 procent toe tot 2.569 euro. Volgens de statistici laat dit zien dat de loonontwikkeling breder is dan alleen de wettelijke verhoging van het minimumloon. Werkgevers betalen meer omdat ze personeel nodig hebben en mensen willen behouden.
Vooral werknemers onder een cao profiteren op dit moment van stevige loonstijgingen. Hun loon steeg met 3,78 procent, tegenover 2,6 procent bij bedrijven zonder cao. Opvallend is wel dat werknemers zonder cao gemiddeld nog altijd meer verdienen. Met cao ligt het mediane loon op 3.512 euro bruto per maand. Zonder cao is dat ongeveer 4.000 euro.
Op langere termijn is er wel sprake van een inhaalslag. Sinds 2018 zijn cao-lonen harder gestegen dan lonen buiten cao’s.
Grote verschillen per beroep
Niet iedereen profiteert evenveel van de loonstijgingen. Sommige beroepen springen eruit. Internationale chauffeurs zagen hun loon met 13,4 procent stijgen. Fiscalisten kwamen uit op 12,6 procent en productontwikkelaars op 11,3 procent.
Ook in sectoren met cao zijn stevige stijgingen zichtbaar. Onder meer in de landbouw en culturele sector gingen de lonen duidelijk omhoog. Dat past bij een bredere ontwikkeling: sectoren die afhankelijk zijn van praktisch werk moeten steeds meer moeite doen om goede mensen te vinden én vast te houden.
Minder jongeren kiezen voor mbo
Juist op het moment dat de vraag naar praktisch opgeleiden groot is, neemt het aantal mbo-studenten af. Volgens CBS-data daalde het aantal inschrijvingen voor mbo-opleidingen in tien jaar tijd met bijna 10.000 studenten.
In studiejaar 2015/2016 telde Nederland nog bijna 485.000 mbo’ers. In studiejaar 2025/2026 zijn dat er iets meer dan 475.000. Dat lijkt op het eerste gezicht geen enorme daling, maar in combinatie met de grote vraag naar mbo’ers is het wel belangrijk.
Bij hbo- en universitaire opleidingen gebeurde het tegenovergestelde. In studiejaar 2014/2015 stonden er bijna 700.000 studenten ingeschreven in het hoger onderwijs. Tien jaar later zijn dat er bijna 790.000. Een groei van bijna 100.000 studenten.
De richting is dus duidelijk: meer jongeren kiezen voor hoger onderwijs, terwijl de arbeidsmarkt juist veel mensen met een praktische opleiding nodig heeft.
Minder doorstroom naar het hbo
Ook de doorstroom van mbo naar hbo neemt af. Uit het jaarlijkse overzicht van Vereniging Hogescholen blijkt dat afgelopen jaar 31.000 mbo’ers doorstroomden naar een hbo-opleiding. Dat is het laagste aantal sinds 2015.
Dat hoeft geen slecht nieuws te zijn. Voor veel mbo’ers liggen er namelijk direct goede kansen op de arbeidsmarkt. Doorleren kan waardevol zijn, maar het is niet automatisch de beste keuze. In veel technische, zorg-, transport- en agrarische beroepen is de vraag zo groot dat mbo’ers snel aan het werk kunnen en zich daarna verder kunnen ontwikkelen via praktijkervaring, certificaten of interne opleidingen.
Mbo kan financieel aantrekkelijk zijn
Het beeld dat hbo automatisch financieel beter is, klopt niet altijd. Volgens de HBO Monitor 2024 verdient de gemiddelde hbo’er, ongeacht functie, een startsalaris van 22,20 euro per uur. Iemand met een afgeronde mbo-opleiding verpleegkunde verdient binnen anderhalf jaar gemiddeld 22,70 euro per uur. Dat is iets meer.
Natuurlijk verschillen salarissen sterk per sector, functie, regio en ervaring. Maar het voorbeeld laat wel zien dat praktisch opgeleid zijn niet betekent dat je financieel achterloopt. Zeker in sectoren met grote personeelstekorten kunnen vaklui snel een sterke positie opbouwen.
Ook regio speelt mee
De loonverschillen zijn niet overal gelijk. Volgens de data liggen de salarissen het hoogst in Utrecht, gevolgd door Noord-Holland en Zuid-Holland. In Groningen en Zeeland liggen de lonen gemiddeld lager. De sterkste groei werd gemeten in Friesland, terwijl Flevoland achterblijft.
Dat betekent dat kansen niet overal hetzelfde zijn. Toch is de grote lijn in heel Nederland zichtbaar: werkgevers hebben mensen nodig die het werk kunnen doen. Vooral in sectoren waar productie, techniek, transport, zorg, bouw en onderhoud centraal staan, blijft de vraag naar praktisch opgeleiden groot.
Goede tijden voor vaklui
Alles bij elkaar ontstaat een duidelijk beeld. Het aantal mbo-studenten daalt, de vraag naar praktisch opgeleiden blijft groot en de lonen stijgen. Voor studenten die een mbo-opleiding volgen of overwegen, is dat belangrijk nieuws. De arbeidsmarkt heeft hen hard nodig.
Voor werkgevers is het tegelijk een waarschuwing. Wie goede vaklui wil vinden, zal meer moeten doen dan alleen een vacature plaatsen. Goede begeleiding, een fatsoenlijk salaris, opleidingsmogelijkheden en waardering worden steeds belangrijker.
Voor praktisch opgeleiden zelf liggen er juist nu veel kansen. Niet ondanks hun opleiding, maar dankzij hun opleiding. De economie draait niet alleen op vergaderingen, rapporten en beleid. Er zijn mensen nodig die machines onderhouden, vracht vervoeren, installaties bouwen, patiënten verzorgen, landbouwbedrijven draaiende houden en problemen in de praktijk oplossen.
Juist die mensen zijn schaars. En schaarste maakt vakmanschap waardevol.